De Telegraaf (Vaarkrant), woensdag 24 april 2004

Wie een willekeurige blik over de Amsterdamse grachten werpt, wordt al snel treurig. Overal langs de kades liggen bootjes te vergaan. Meestal scheef hangend aan een paar halfrotte touwen, soms al helemaal gezonken. Botenbezitters vergissen zich blijkbaar vaak in de tijd en moeite van het onderhoud. Pas gekocht ligt het scheepje er vaak nog aantrekkelijk bij. Na een winter lang regen ontneemt de aanblik van een halve onderzeeër de eens gelukkige eigenaar echter het laatste restje zin tot hozen.

Door ROB KROES

Hozen maar!

En dus belden Carel en Siward maar even met de gemeente. Die verwees de beide heren direct door naar HoosJeBootje. “Dat onze boot onder water ligt is echter niet onze schuld,” zegt Carel. “Wij hebben de boot zo gekocht van iemand die er zelf genoeg van had.”

Het is wel duidelijk waarom de vorige eigenaar genoeg had van zijn boot. De twaalf meter lange Verboden Vrucht ligt bijna helemaal onder en ziet er niet uit. Het zeiljacht ligt vol rotzooi. Plastic zakken, afgebroken takken, onder een bemost afdekzeiltje zit zelfs een meerkoet op een nest. De Verboden Vrucht lijkt niet meer te redden.

Voor Roman en Sander van HoosJeBootje is echter geen zee te hoog.’s Morgens om acht uur vertrekt Roman met zijn voormalige reddingssloep vanaf de Nassaukade richting Ruysdaalkade. Onderweg passeert hij diverse “toekomstige patiënten”. Aangekomen bij de huidige patiënt staat zijn broertje X al te wachten. Vaste kracht en vriend Sander komt wat later.

“Eigenlijk is het leeghozen van een boot vrij simpel. Je trekt de boot omhoog tot de randen boven de waterspiegel staan. Vervolgens hoef je alleen de pompen nog aan te zetten,” aldus Roman.

Dat dit slechts de theorie is blijkt uit hoe lang ze bezig zijn. Pas na twee uur sjorren kunnen de pompen ingezet worden. Die raken echter snel verstopt. Behalve meerkoeten blijkt er namelijk ook een school baarsjes in De Verboden vrucht te wonen. Even de slang leegschudden en de klus is snel geklaard. Trots staan Roman en Sander op hun zoveelste overwinning.

“Eigenlijk was het de bedoeling dat we alleen bootjes zouden leegpompen maar de eerste opdracht werd meteen iets groter. Of we ook gezonken boten omhoog konden halen. Natuurlijk,” zegt Sander. Schoonmaakwerk en opknapbeurten hebben ze ook maar meteen voor hun rekening genomen. En ze vragen er niet veel voor, spelen met bootjes is namelijk een hobby van ze.

 

 

 

Veel luie mensen dus, de klanten van HoosJeBootje. Toch heeft juist die luiheid voor de oprichting van hun hoosbedrijfje geleid. Sander: ”Mijn eigen boot lag ook steeds vol water en ik had erg weinig zin om hem steeds leeg te halen. Roman en ik vroegen ons af waarom er geen hoosservice bestond.”

Meteen daarna begon het ondernemersbloed te stromen en werd HoosJeBootje opgericht. De luiheid sloeg door naar enthousiasme. Sinds de oprichting in januari heeft HoosJeBootje al zo’n vijfentwintig boten onder handen genomen.

Roman en Sander zijn niet de enige die verwaarloosde vaartuigen onder handen nemen. Ook de Dienst Binnenwateren van de Gemeente Amsterdam haalt ze weer boven water. Dit gebeurt alleen niet erg zachtzinnig. Met een grote grijpkraan worden de bootjes weggehaald, meestal omdat die in de weg liggen voor rondvaartboten of al jaren onbeheerd in het water liggen.

Roman: “Die mensen krijgen eerst nog wel een waarschuwing van de gemeente. Dit is meestal de reden om ons in te schakelen. Als ze de gemeente opbellen, worden ze naar ons doorverwezen.”

Inmiddels begint het verpauperde beeld van de grachten dus enigszins bij te trekken. Maar nog lang niet genoeg, vinden Roman en Sander. “Binnen twee maanden maken we de hele binnenstad wrakvrij.” Het wachten is nu nog op een opdrachtgever, de gemeente bijvoorbeeld.

Copyright: De Telegraaf